|

Een analysemodel voor tekstkwaliteit
Drie soorten tekortkomingen
Correspondentiefouten
De schrijver formuleert te moeilijk voor de lezers
Een gebrek aan overeenstemming tussen het doel van de schrijver en de behoefte van de lezer. Correspondentiefouten zijn het moeilijkst te verbeteren omdat doelen en verwachtingen vaak heel vaag geformuleerd zijn of gewoon omdat er verschillen van inzicht zijn over de functie van een tekst of de kenmerken van de doelgroep.
Consistentiefouten
Geluidhinder naast geluidshinder
Oplossen door het ene tekstdeel aan te passen aan het andere.
Correctheidsfouten
Het is gebeurt
Worden opgelost met woordenboeken en naslagwerken.
Drie criteria
Drie soorten afstemming
De verschillen tussen de criteria
|
Criteria |
|
Afstemming |
|
|
|
Van |
|
|
|
Op |
|
Correspondentie |
Schrijver |
< |
|
> |
Lezer |
|
Consistentie |
Tekstdeel |
< |
|
> |
Tekstdeel |
|
Correctheid |
Tekst |
< |
|
> |
Feiten en taalsysteem |
|
|
|
|
|
|
|
Vijf niveaus
In teksten en andere composities
De criteria correspondentie, consistentie en correctheid zijn van toepassing op vijf tekstniveaus zoals die als sinds de klassieke oudheid worden onderscheiden: het genre of het teksttype, de inhoud, de opbouw, de formulering en de presentatie.
Deze niveaus zijn trouwens te onderscheiden in elke artistieke of ambachtelijke productie, of het nu gaat om het componeren van een muziekstuk, het bakken van een appeltaart of het aanleggen van een tuin. De componist kiest een type muziekstuk (bijvoorbeeld een sonate), gaat na welke inhoud hij wil overbrengen (het ontwaken van een bosnimf) en bepaalt dan een soms al gedeeltelijk voorgegeven opbouw in delen en maatsoort. Daarbinnen worden de melodieën geformuleerd, en gepresenteerd via een bepaald muziekinstrument.
De vijf tekstniveaus – teksttype, tekstinhoud, opbouw, formulering, presentatie – leveren met de drie criteria samen vijftien ijkpunten op, die alle aspecten bestrijken die van invloed kunnen zijn op tekstkwaliteit.
|
Het CCC-model van tekstkwaliteit |
|
|
Correspondentie |
Consistentie |
Correctheid |
|
A. Teksttype |
1. geschiktheid |
2. genrezuiverheid |
3. toepassing genreregels |
|
B. Inhoud |
4. voldoende
informatie |
5. overeenstemming tussen de feiten |
6. juistheid van gegevens |
|
C. Opbouw |
7. Voldoende samenhang |
8. Consequente opbouw |
9. Correcte verbindingswoorden |
|
D. Formulering |
10. gepaste formulering |
11. eenheid van stijl |
12. correcte zinsbouw en woordkeus |
|
E. Presentatie |
13. Gepaste presentatie |
14. afstemming tekst en vormgeving |
15. correcte spelling en interpunctie |
De ordening en plaats van een ijkpunt geven het relatieve gewicht ervan aan. Een fout volgens bijvoorbeeld ijkpunt 7 heeft meer invloed op de tekstkwaliteit dan een fout volgens ijkpunt 15.
Het CCC-model is een basismodel. De ijkpunten moeten per teksttype nader worden gespecificeerd. Als de tekst bijvoorbeeld een overtuigende tekst is, dan betekend ‘voldoende informatie’ volgens ijkpunt 4 vooral ‘voldoende overtuigende informatie’.
Uit de analyse van commentaren bleek dat verreweg de meeste commentaren op formuleringen te herleiden waren tot vier dimensies: 1. begrijpelijkheid, 2. nauwkeurigheid, 3. bondigheid, 4. aantrekkelijkheid.
Uiteraard kan dit eenvoudige model niet hét antwoord geven op alle vragen over goed taalgebruik. Het model is bedoeld als een raamwerk voor tekstdiagnose, en het blijkt in de praktijk een goede leidraad te zijn bij discussies over tekstkwaliteit.
Zie voor meer informatie Jan Renkma’s ‘Schrijfwijzer’, p38-47
Terug naar info Terug naar de startpagina
|