|

“ ‘Zie je die man daar?’
‘Ja.’
‘Wel, ik haat hem.’
‘Maar je kent hem niet!’
‘Daarom haat ik hem.’”
Gordon Allport[i]
________________________
Reconstructief werk om groepen met elkaar te leren omgaan vergt tijd. Maar dat wil niet zeggen dat we moeten afwachten. De collectieve herinneringen evolueren niet automatisch naar die reconstructie.[ii] Het proces verlangt ook in geen geval dat de betrokken individuen niet langer vragen om erkenning. In tegendeel, het vereist een co-existentie van een veelheid aan herinneringen, eventueel conflicterende, maar het impliceert dat de anderen erkend worden als potentiële gesprekspartner, dat hun vragen niet a priori gedelegitimiseerd worden.
Niet langer over de concurrerende gemeenschappen spreken in stereotypes of zelfs het reduceren van stereotypes is een begin. Mensen aan bod laten komen in de media die op alle behalve enkele aspecten aan een stereotype voldoen, kunnen bepaalde vooroordelen reduceren.[iii] Als die afwijkingen over verschillende individuen verspreid zijn wordt dat effect sterker. Hoe meer mensen in beeld komen die van het stereotype afwijken, hoe meer kans dat op dat ‘vastliggend beeld’ teruggekomen zal worden.[iv]
De contacthypothese[v] veronderstelt enkele noodzakelijke voorwaarden om racistisch gedrag te reduceren:
Het contact moet plaatsvinden in een omgeving waarin beide groepen dezelfde status genieten
Het contact moet persoonlijke interacties tussen de individuele leden van beide groepen mogelijk maken
Leden van beide groepen moeten zich samen inspannen voor gedeelde, bovengeschikte doeleinden
De sociale normen moeten groepsinteractie stimuleren
De media kunnen weinig bijdragen aan het stimuleren van persoonlijke interactie maar ze kunnen wel bijdragen aan een omgeving waarin verschillende groepen afgebeeld worden met een gelijk status en het ontwikkelen van sociale normen die groepsinteractie stimuleren. Weg van de stereotypes. Ook kunnen ze ‘bovengeschikte doeleinden’ van de individuen benadrukken in plaats van telkens te wijzen op de verschillende standpunten van de betrokken groepen.
Iedereen streeft naar een menswaardig bestaan met plaats voor liefde, scholing, degelijk werk, onderdak en voldoende eten en drinken.[vi]
De fundamentele rechten van de mens.
[i] Toegewezen aan Gordon Allport (1897 - 1967), Amerikaans psycholoog
[ii] Laurent Liceta, Olivier Klein en Raphaël Gély, Mémoires des conflits, conflits de mémoires (reconcilliation), Social Science Information sur les Sciences Sociales, Volume 46, No4, Dec 2007, Sage Publications, p 584
[iii] Desforges, D. M., Lord, C. G., Pugh, M. A., Sia, T. L., et al. (1997) Role of Group Representativeness in the Generalisation Part of the Contact Hypothesis. Basic and Applied Social Psychology, 19, 183-204
Hewtone, M, & Lord, C. G. (1998) Changing Intergroup Cognitions and Intergroup Behaviour: The Role of Typicality. I C. Sedikides, J. Schopler, & C. A. Insko (Eds.), Intergroup Cognition and Intergroup Behaviour (p. 367-392). Mahwah, NJ: Erlbaum.
Weber, J. G. & Crocker, J. C. (1983) Cognitive Processes in the Revision of Stereotypic Beliefs. Journal of Personality and Social Psychology, 45, 961-967
Wilder, D. A., Simon, A. F., & Myles, F. (1996) Enhancing the Impact of Counterstereotypic Information: Dispositional Attributions for Deviance. Journal of Personality and Social Psychology, 71, 276-287
[iv] Hewstone, M., Macrae, C.N., Griffiths, R., Milne, A. B. & Brown, R. (1994) Cognitive Models of Stereotype Change: (5) Measurement, Development, and Consequences of Subtyping, Journal of Experimental Social Psychology, 30, 505-526
[v] Sharon S. Brehm ; Saul M. Kassin ; Steven Fein ; Ivan Mervielde ; Sociale Psychologie, (1999) Nederlandse vertaling (2000) Academia Press, Gent, p 171
| |